TON LEMAIRE – THE NATIVE AMERICAN IN OUR CONSCIOUSNESS – The meeting of the old with the new world – Mirrored to today’s Europe – By: Mrk [1996]

TON LEMAIRE – DE INDIAAN IN ONS BEWUSTZIJN. De ontmoeting van de oude met de nieuwe wereld. [1986]

Gespiegeld aan het huidige Europa door MRK [1996]

Het boek begint met ‘De ontdekking van de nieuwe wereld’. In dit eerste hoofdstuk beschrijft Ton Lemaire (TL) hoe de westerse mens in de renaissance tegen (mogelijke) verre landen en het reizen daar naar toe aankeek. Hoe de eerste beelden van de Amerikaanse natuur en cultuur ons bereikten via Columbus’ bevindingen en de inwerking (of nawerking) van diens etnocentrisme op ons ‘collectieve bewustzijn’. De ontdekking van de nieuwe wereld als ideologische revolutie o.t.w. de vooravond van expansie, uitbuiting, onderdrukking en uitroeiing.

In het tweede hoofdstuk ‘De Indiaan in de renaissance’ verhaalt TL van de zogenaamde legitimiteit van de verovering van de nieuwe wereld: Europa in Amerika op basis van het Christelijk geweten (Utopia). De zendingen in ruil voor arbeid en uitbuiting. Civilisatie als het hoogst te bereiken doel voor Indianen. ‘De wilden die tot tweederangs blanken omgesmeed moesten worden; kolonisatie al om. Ook beschrijft TL twee belangwekkende rolmodellen voor het westen: Las Casas en Montaigne die een vroegtijdig antikolonialisme opvoerden.

In het derde hoofdstuk ‘De Indiaan sinds de renaissance’ draait het om de invloed van het westerse beeld van indianen op de westerse wetenschappelijke-, culturele- maatschappelijke- en filosofische stromingen en diens expliciete vertegenwoordigers. Wat deze invloed betekende voor de wereldgeschiedenis, maar ook wat deze wereldgeschiedenis betekende voor de Indianen. Tenslotte vergelijkt TL beide bewustwordingsperiodes en vraagt hij zich af of de moderne westerse beschaving zich nu nog wel kan openstellen voor ‘Native America’.

Zouden beide renaissances versmolten zijn tot een grote onderhuidse smeltkroes van haat en vijandschap die stoelt op een bovenhuidse eigenschap, m.a.w. is het een onomkeerbaar proces waarin oprechtheid geen rol meer zal kunnen spelen? Zijn er nog wel genoeg mensen die in een maakbare samenleving geloven? Gedane zaken nemen geen keer, maar misschien dat ons beider verleden en onze gemeenschappelijke huidige kennis (en gebruik daarvan), toch ooit nog eens tot een vreedzamer toekomst zal leiden: ”Armageddon – when the rightuous rise up and beat down the wicked -” (KRS-ONE / Boogie Down Productions), waarbij ras, kleur, en geestelijke overtuiging geen rol zullen kunnen spelen.

Noot: Generaliseren in termen van DE (collectieve) Indiaan en DE (collectieve) witte man etc. komt de duidelijkheid van een verhaal als dit weliswaar ten goede, maar het onderwerp boet in aan kracht als ik deze noot -o.t.w. ‘afwijkende individuen’ niet onderken; bovengenoemde menstypen bestaan niet.

Wie het vierde en laatste hoofdstuk ‘Indiaanse renaissance’ leest, zal er moeilijk aan ontkomen: identificatie met ons eigen (huidige) werelddeel en de integratieproblemen van de verschillende bevolkingsgroepen lijkt mij niet moeilijk te aanvaarden. De geografische geschiedenis is weliswaar een hele andere, maar het kernprobleem blijft: verschillende mensgroepen met verschillende culturele achtergronden die op basis van die verschillen een (harmonieuze) cultuur moeten zien te vormen, zonder daarbij over te hoeven gaan tot enige vorm van segregatie. De materie van een Indiaans bewustzijn van Indianen in een ver-Europe(e)ste samenleving, het zoeken naar een balans tussen heden en verleden, tussen nostalgie en progressiviteit, tussen mens en mens, lijkt mij van het zelfde problematische karakter.

In het eerste deel belandt TL via de Mexicaanse revolutie bij het woord ‘indigenisme’: de aanduiding van theoretische- en praktische activiteiten die betrekking hebben op de verhouding van de nationale samenleving tot de Indiaanse bevolkingsgroepen. In nagenoeg elk Latijns-Amerikaans land heeft dit indigenisme sinds de vorige eeuw een zekere rol gespeeld. Mexico is hierin de leidersrol gaan vervullen en is daarmee, mijns inziens, een bron van inspiratie en kennis voor westerse politieke- en andersoortige maatschappij hervormende actors.

In tegenstelling tot de westerse antropologie, bijvoorbeeld, onderhield de Latijns-Amerikaanse antropologie nauwe banden met dit indigenisme. Antropologie verwerd daarbij tot toegepaste antropologie wat in de praktijk wilde zeggen dat de inheemse groepen geholpen werden met de integratie in de nationale staat. Dat dit weer tot een vreemde en ironische verhouding leidde tot het Indiaanse verleden, behoeft geen uitleg. Het (ook al reeds gegeven) antwoord op dit indigenisme lijkt voor de hand liggend, maar blijft een interessant gegeven voor de westerse problematiek * kritisch indigenisme.

* Zoals alle kritische bewegingen, begint deze beweging met een radicale aanval op de gevestigde indigenisme-antropologie, die ze ideologie-kritisch ontmaskert als wetenschappelijke reflex van een intern kolonialisme.

BoekenBoeken

M.b.t. Europa zou je kunnen zeggen dat er zich hier ook een soort van intern kolonialisme, van de dominante maatschappij uit, naar de onderworpen groepen gaat; waarbij de identiteit van deze laatsten gedeeltelijk verloren gaat. Het draait hier weliswaar niet om onderdrukte inheemse bevolkingsgroepen, maar om achtergestelde {allochtone} bevolkingsgroepen. Zit daar eigenlijk wel zoveel verschil in? Afgezien van de verschillen in geografische historie, is er ten minste een gemeenschappelijke factor: de witte man. Deze nam ofwel het land in beslag, ofwel hij nam de bewoners mee naar zijn eigen land. Natuurlijk, er zijn ook groepen die op andere wijze hun huidige bestaansbasis in Europa hebben verkregen en gerechtigheid op basis van de hedendaagse ongelijkheid lijkt mij ook een beter uitgangspunt voor de hedendaagse problemen. Geschiedenis, echter, kan hier onmogelijk los worden gezien van de materie, wegens slecht of oneerlijk gebruik ervan dient eerlijk gebruik ervan daarom thans toch de onderbouwing van hervormingen op een moderne rechtvaardige wijze. Er zijn er die dit als een naïef uitgangspunt bestempelen, maar ‘Niemand is vrij tot iedereen vrij is.’ lijkt mij een universele statement die, eenmaal verwezenlijkt (in de zin van ongelijkheid blijft, maar niet in de zin van aangeboren eigenschappen), toch heel veel problemen zou kunnen wegnemen.

Ik bedoel hier te vragen of de (economische) wereld, uiteengevallen in elkaar bestrijdende teams, meer oplevert dan een hypothetisch groot universeel team afgestemd op elkaar en dus op relatieve universele economische gelijkheid. Misschien moeten het een paar teams zijn (Europa ’92 is een goede stap mits het uiteindelijk ook een goede sponsor voor goede zaken blijkt) misschien moeten het heel veel teams zijn, whatever; als het voordeel e.d. maar eens eerlijk verdeeld wordt. Bijvoorbeeld: Afrika laten zoals het is – daar ben ik van overtuigd – zal op de lange duur toch in het nadeel van de andere werelddelen werken. En voor wat anders dan de volgende generaties zijn al die opbouwende stappen dan wél bedoeld?

De dan verdwenen problemen maken op hun beurt wel weer plaats voor andere problemen, maar ik maak me sterk dat die minder op de schaduwzijde van het Westerse bestaan zullen berusten. Bovendien zal deze schaduwzijde niet langer gehandhaafd blijven en zullen ook Europeanen hun schuldgevoel, in de loop der tijd, kunnen beteugelen. ‘Maar de natuur is even wreed’ is vaak het tegenargument, in de natuur ontziet men elkaar ook niet op basis van regels en systemen. Ik stel daartegenover dat de mens niet voor niets een zogenaamd hoger wezen is en dat min of meer een ieders taak is om niet te berusten in hatelijke emoties die ons tot elkaars vijand maken. {Dit is het punt waarop ik mij afvraag of ik mijzelf niet als een achterhaalde Marxist o.z.i.d. opstel, maar goed…}

Dit pretentieuze advies geldt vanzelfsprekend uitsluitend voor de machts-wellustigen aan de bovenkant van het bestaan. Indianen, Afrikanen, e.a. zijn vooralsnog gebaat bij een zekere portie haat jegens het westen, simpelweg om hun identiteit niet verder onder de voet te laten lopen. Maar uiteindelijk zullen ook zij het hogere in zichzelf moeten aanvaarden en de wereld vrijwaren van haat, wat tenslotte een universeel mens-gevoel mag heten en vaak de enige kwade motor is achter technologie, macht, etc.

Ironisch genoeg, begrijp ook ik dat er voor niemand helemaal niets op korte termijn zal veranderen, wanneer men het heden met een utopische theorie zoals hierboven, te lijf zou willen gaan. Het overheersende systeem dwingt bepaalde groepen immers om zich met dezelfde middelen te verdedigen (met alle daaropvolgende reacties vandien).

Een echt tegenargument op bovenstaande erken ik wel in uitspraken over de natuurlijke tegenstellingen, zoals: voor elke Jezus moet er een Judas zijn; hoog-laag, dik-dun, arm-rijk. O.t.w. het leven is incompleet zonder tegenstellingen.

Maar naar wat kun je als mens dan nog wel streven om de wereld draaiende te houden, is dan de volgende logische vraag.. meer geld, meervoudig moorden? Meer openstaan voor andere culturen, dus. Meer begrijpen van de ander is meer begrijpen van jezelf, is meer wijsheid en die zal goed van pas komen tijdens het oplossen van de vele problemen tussen de vele volkeren.

De uitspraak ‘God is red’ van Deloria, doet mij in dit kader onmiddellijk denken aan de Amerikaanse zwarte organisaties Nation Of Islam en de 5% Nation, die stellen dan God zwart is. ‘Jezus Christ was black‘ zoals de door deze groeperingen geïnspireerde hardcore Hiphop groepen als Boogie Down Productions (BDP) ons doen toekomen. En waarom niet? Als er een God is, mijns inziens, dan is dat een soort van kracht die in jezelf zit en die je vervolgens GEEN naam geeft, maar als je je er een voorstelling bij zou maken is het eerder logisch dat ie op je lijkt, of op helemaal niets, of op alles; anders werkt het niet.

Anders gezegd: ik denk dat erkenning in zaken als deze van het allergrootste belang is en niet zo moeilijk om te accepteren. Een ander citaat van BDP is: If you know who you realy are, peace and knowledge shines like a star (…), m.a.w. mensen of mensgroepen moeten eerst zichzelf zijn alvorens zij een multiculturele samenleving kunnen aanvaarden. Immers, een dergelijke samenleving kan op niets anders dan respect voor elkaar voortbestaan en respect bewerkstellig je volgens mij door elkaar- en door jezelf te begrijpen.

Respect dus, het toverwoord waar het ‘ons’ al aan ontbrak tijdens de eerste ontmoetingen met anderen. Respect voor Indianen (n.b. in hun eigen land) hadden wij toen en daar al niet en respect voor buitenlanders in ons eigen land of werelddeel lijkt eerder verder weg te ebben dan te groeien. Zijn wij dan daadwerkelijk de vermeende duivels van deze wereld? Gelukkig en helaas tegelijk, bevestigen we de uitzonderingen de regel. Het typisch westerse ‘Go for self’ is de heersende mentaliteit die thans zo’n beetje door alle groepen heen leeft (ik geen ze geen ongelijk, maar echt blij ben ik er niet mee) het lijkt een niet te overstijgen cyclus; het is de kroon op het huidige systeem. Als TL zich uiteindelijk de vraag stelt wie er nu eigenlijk het Indiaanse bewustzijn bezit, dan is dat ONSinziens niemand meer of minder dan de universele mens. Een lange afstandsgedachte die hopelijk op korte termijn zeer bruikbaar zal blijken.

P.s. Dat het boek uit 1986 afkomstig is, is mij niet ontgaan, evenmin dat mijn anticipatie erop, evenwel ook een klassieke- mag blijken. (Ik moet toch ergens beginnen.) PEACE!

StudieboekenStudieboeken

Geef een reactie