An Essay On Europe, Wars & Cultures – 1994 – BY: MRK [1994]

EEN BETOOG OVER EUROPA, OORLOGEN & CULTUREN

Alvorens voor- en tegens af te wegen, allereerst het verslag van het onderzoek.

OOSTENRIJK (HELDENPLATZ)

In dit betoog speuren we naar de herkomst, ofwel motieven van/tot de holocaust of Shoah, waarbij we ten eerste moeten aantekenen dat het (politieke) nationalisme in de 19e eeuw ontstaan is. Daarvoor waren het immers gildes en families die Europa regeerden en bleef een ‘wij-gevoel’ (waarop de politiek later gretig zou inhaken) beperkt tot -veelal romantische- volkse mythen en sagen. Dat deze de bases konden vormen voor het bouwen van een natie zou bijvoorbeeld Hitler later bewijzen met het sprookje dat het Arische ras superieur was aan andere rassen. Miljoenen volgden hem en kregen korte tijd later opeens last van geheugenverlies, maar daarover later.

WO I duurde van 1914 tot 1918, het betekende het einde voor de dubbelmonarchie (ook wel Donaumonarchie) die het Habsburgse rijk voorstond en dit betekende het begin voor een republiek/­rechtstaat met Wenen als (water)hoofdstad en een persoon genaamd Dolfuss als politiek leider. Tijdens deze gebeurtenissen kwam er in Oostenrijk een soort van verzuiling op haatdragende basis op gang. Vanaf 1918 tot aan 1938 woedde er dan ook een Oostenrijkse burgero­or­log. Niet alleen van Duitsers tegen Joden (waarvan er al eeuwen vele woonden in Wenen), maar ook de tegenstelling platteland en stad speelde hierin een belangrijke rol. Wenen was volgens vele boeren in die tijd een enge Joodse, cul­turele, communis­tische, etc. (linkse) stad, waarbij de tegenstelling tussen boerderij en stedelijke architectuur ook een rol in de haat vanuit het platteland gespeeld zou kunnen hebben. Deze strijd wordt ook wel als de basis voor (Hitler’s) antisemitisme aangewezen. Rond 1900 begon de ellende in Wenen al; de niet-Joodse burgerman was politiek gezien een openlijke antisemiet met als reactie het Zionisme, oftewel het Joods nationalisme. Het autochtone superioriteitsgevoel uitte zich zelfs in de architectuur van de stad, waarin de zgn. sociaal-dem­ocr­ati­sche huizenbouw op gang kwam, een Nederlands voor­beeld daarvan is Betondorp in Amsterdam-Oost. De eerste fascistische beweging in Oostenrijk is dan op gang gekomen: het nationaal-socialisme (in die tijd zelfs nog een stapje erger dan later) naar voorbeeld van Mussolini en Hit­ler waarvan de laatste kort daarop de beruchte anschluss zal bewerkstelligen.

Zoals gezegd woedde er in deze tijd de strijd tussen stad en platte land, respectievelijk Joden en boeren, progressieven en conservatieven, sociaal-democraten en kathol­ieken, de schutzb­und tegen de heimwehr en op politiek niveau: Dolfuss tegen Hitler. Niet dat Dolfuss geen antisemiet was, maar hij streed wel tegen de anschluss en daarmee tegen Hitler en diens theorieën. Na Dolfuss’ dood (of was hij slechts afgetreden?) treed ene meneer Schus­nich in het zadel, deze leider was zonodig nog een gro­tere fascist dan Hitler zelf. Hij bezat goede banden met Mus­solini, hij was absoluut niet democratisch, maar hij was óók tegen de anschlu­ss. Dit keer echter wint Hitler de strijd (Sterft Schusnich daarbij of treed hij slechts af?) en zorgt ervoor dat de anschluss in 1938 een feit wordt. Het ver­leden van Oosten­rijk is in binnen- en buitenland een weinig behandeld onder­werp geweest, sinds de val van de Ber­lijnse muur en de contro­verses rond president Waldheim is dit verhaal echter weer in de actualiteit gekomen.

Oostenrijk wordt daar nu min of meer door gedwongen om op eerlijke wijze om te gaan met het (colle­ctieve) verleden. Er is natuurlijk ook een individueel verleden en een individu hoeft niet per se akkoord te gaan met het verleden van zijn/haar zgn. volk of natie, enz. Maar hij/zij zal er mee moeten omgaan in termen van een standpunt omtrent zo’n verleden klaar te hebben. Immers of je het nu leuk vindt of niet, het is een deel van jou en het is beter om daar de fouten in te erkennen dan de gaten -die door verzwijging gevallen zijn- op te vullen met leuke verzinsels en leugens; het wreekt zich ooit. Die verschillen in collectieve herinnering onderkende ook Hitler en Mussolini. Zij begrepen al dat stakingen in een bedrijf een kloof stellen tussen arbeiders en directeuren (van Joodse afkomst) en daarmee een afspiegeling zijn van de ver­deeldheid binnen de bevolking dat zich kenmerkt door de versc­heidenheid in geloof, ideologie en bezit. Die kennis kwam van pas bij het legitimeren van bv. de anschluss. Eenheid in verscheidenheid was, zoals we weten, geen principe wat deze clowns huldigden tijdens het opbouwen van hun rijk. De vraag was en is met andere woorden: wat te doen, als volk zijnde, met een dergelijke gemeenschappelijke herinnering.

FRANKRIJK (VICHY)

Hetzelfde verhaal, maar toch een ander verhaal. Het kuuroord Vichy, een luxe badplaats met kastelen en paleizen, etc.; ook wel de naam van een groot gedeelte van Zuid-Frankrijk ten tijde van WO II, zal vanaf die tijd een eeuwige ‘lieux de memoires’ (herinneringsplaats) zijn. Maar hoe het herinnerd wordt (op grote schaal) is ook hier weer het knelpunt. Frankrijk had ten tijde van haar revolutie (1789) al een fictieve super­held opgericht om het volk een pacemaker onder de riem te steken: Chauvin (komt het woord chauvinisme hier vandaan?) een dappere strijder in alle revoluties, velds­lagen en oorlogen uit die tijd die domweg nooit bestaan heeft, maar slechts als fictieve motivatie tot het scharen van het volk achter Frank­rijk diende.

Petain, regeringsleider op het moment dat de Duitse troepen Frankrijk binnen­vielen, was een zeer conservatief man, bang voor het com­munisme en hij zag Hitler als de oplossing voor dit gevaar. Hij bewerkstelligde een wapenstilstand met Duits­land, die zich uitte in een niet-bezet deel van Frankrijk (waarin Vichy gelegen was en waar de Franse regerin­gsleiders ten tijde verbleven) tegenover het bezette gedeelte. Tijdens de bezet­ting speelde er zich dientengevolge een burge­roorlog af in Frankr­ijk tussen collaborateurs, communisten, niet-com­munisten in de recistance en la France libre o.l.v. de Gaulle. Mede door deze verdeeldheid zijn er veel verliezen geleden aan Franse zijde.

Het moeilijke na WO II was daardoor de interne ver­deeldheid van Frankrijk wat geleidelijk aan tot een syndr­oom verwerd. De Gaulle en zijn club bemiddelde in deze om het Franse volk opnieuw te herenigen. Nog eens alles op een rijtje om beter inzicht te verkrijgen in de Franse geschiedenis, ofwel haar collectieve herinnering: de Franse revolutie brengt eenheid in het Franse volk. 19e eeuw: strijd tussen aanhangers van de Franse revolutie (liberale burgers, socialisten, democraten, republikeinen) die hun grondrechten wilden en de tegenstanders (klerikalen, royal­isten en alle andere conservatieven) die hun privileges wilden behouden.

StudieboekenStudieboeken

-Voor WO I:

-1815-1830: reactie > censuur.

-1830: revolutie zorgt voor het afschaffen van de censuur die twee jaar later weer terug zal keren.

-1830-1848: Louis Philippe aan de macht (enigszins liberaal).

-1848: de revolutie – meer parlementaire rechten en opnieuw opheffing van de censuur.

-1850: Napoleon in het zadel.

-1852: kroning tot Napoleon III – de censuur is terug.

-1870/1: Frans-Duitse oorlog waarbij Frankrijk verliest. De commune van Parijs (rechts Frankrijk) vraagt Duitsland om schoon schip te maken met links Frankrijk (dat in opstand komt tegen zowel Duitsland als de commune.

-Voor WO II:

Dreyfuss (en Jood en militair in het Franse leger) zorgde voor een affaire in Frankrijk doordat hij beschuldigd werd van spionage en collaboratie met de Duitsers. Zola en Clemen­cau kwamen hiertegen in opstand wegens oneerlijke pro­ces­vor­ming. Dreyfuss werd echter wel veroordeeld, maar werd later weer vrijgesproken (de werkelijke dader bleek een conse­r­vatief). Dit zorgde voor nieuwe polarisatie tussen de twee stromingen.

-1940-1944: Petain als president (daarna de Gaulle).

-Na WO II:

-1944-1954: rauw. -1955-1968: verdringing (repression – repressie).

-1970-1974: terugkeer der verdrongenen.

-1974-heden: obsessie. Bij de zuiveringen na de oorlog (bijltjesdag) zijn er 50.000 tot 60.000 mensen omgekomen. De destijdse opinie omtrent col­laboratie wel of niet, werd verdeeld door de Petain-zaak. Wanneer Vichy een wettige staat geweest zou zijn, dan zou hij geen misdaad tegen het Franse volk gepleegd hebben, maar de moeilijkheid zat ‘m dus in ‘door wie Vichy erkend werd als afzonderlijke staat of als deel van Frankrijk. M.a.w. welke Fransen stonden aan welke kant in deze tijd, was een van de belangrijkste vragen die tevens moeilijk te beantwoorden was. Petain’s kwestie stond hierin, vanzelfsprekend, centraal. Uiteindelijk zijn de ‘goeie rechtsen’ op een hoop gegooid met de ‘slechte rechtsen’ (zand erover, het blijven Fransen) en hebben zij een club gevormd tegen het opkomend communisme; deze laatsten delven het onderspit bij de opkomst van de koude oorlog.

-1954 31 april: de dag van de deportatie (bevrijding van de concentratiekampen). De Jodenvervolging wordt bij deze wel uitgesproken, maar het woord Jood wordt nog steeds niet genoemd. Het antisemitisme is zo’n beetje in Frankrijk geboren, Vichy was zonodig nog erger dan Hitler Duitsland. (Tourier was zonodig nog erger dan Barbie).

-1962: de Frans/Duitse betrekkingen worden weer wat beter. In dit zelfde jaar werd de wet van kracht dat misdaden tegen de wet niet kunnen verjaren. Processen tegen mensen als Eich­man zijn hier een uitvloeisel van. ‘Processen’ inderdaad, want wat een misdaad en/of wat verzet is, is -zelfs door justitie- natuurlijk moeil­ijk te bewijzen, waardoor zaken eindeloos kunnen duren. Petain, overigens, werd rond deze tijd dement en bleef verstoken van rechtsvervolging.

-1971-1974: er ontstaan andere geluiden in Frankrijk, de lieux de memoire neemt andere vormen aan. Dit is een belangrijke tijd, want dan, zo’n 25 jaar later, begint het syndroom pas echt op te treden; obsedatie door het verleden, ontwaking van de herinnering: 1: Joden gaan zich nu roeren. (Klarsfeld en Wissenthal) 2: De film Shoah wordt vertoond in Frankrijk, evenals Holoca­ust later, brengt dit veel te weeg onder de mensen. 3: Proces van Tourier (de beul van Lyon). 4: Le Penn komt op met zijn enge gedachtes. 5: Proces van Claus Barbie. 6: Mitterand wordt president (tot heden). Hij wordt gekozen o.g.v. zijn linkerkant, zijn goeie kant als politicus. Ook hij had wel iets met Vichy te maken, maar hij zat in het verzet (dus). Nederland (de Dam, nationaal monument, elke stip is tien Joden).

Na WO II is er in Nederland een nationale consensus ontstaan en geen burgeroorlog zoals in Frankrijk. Het nationaal monument op de Dam is een van de ontzet­tende hoeveelheid oorlogsmonumenten in Nederland, er kwamen er steeds meer bij; zelfs een nieuwe stad als Almere heeft ze. Het nut van dergelijke monumenten zit ‘m in het herinneren van oorlog én vrijheid. De oorlog moest als nationale ervaring blijven, ook voor het nageslacht.

https://neseeh.com/product-categorie/history/

Monumentenhagel

De hoeveelheid aan beelden werden de beeldhouwers van die tijd ook een beetje te veel, zij vreesden voor de esthetiek.

BoekenBoeken

Geef een reactie