QUINCY JONES – THE DUDE – ALBUM – 1981 – BY: HARVSTER

Er zijn weinig mensen die ik muzikaal hoger inschat dan Quincy Jones. Tjezus wat is deze gast getalenteerd! Niet normaal. Producer, arrangeur, multi-instrumentalist, bandleader you name it, Q can do it. En dan niet zomaar, maar echt alles op een belachelijk hoog niveau. Voor those in de unknown, check de fantastische Netflix documentaire Quincy over zijn leven. Het is mede door deze docu dat ik meer over zijn muzikale prestaties te weten ben gekomen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat hij geruime tijd bandleader en dirigent was voor Frank Sinatra. In Frank zijn hoogtijddagen wel te verstaan, de jaren 50 en 60. Mind you, in die tijd zag men vliegen naar Mars als een realistischer doel dan een donkergekleurde bandleader voor de top white honcho van die tijd. Ol’ blue eyes koos Q op zijn kwaliteiten. Ik kan hem niet kwalijk nemen.

Niet alleen zijn tijd met Frank Sinatra was opmerkelijk, ook het gegeven dat hij in Parijs les nam bij de bekende en veelgeprezen Nadia Boulanger, componiste, pianiste en dirigente (Wikipedia) baarde opzien bij mij. Eigenlijk is het raar dat ik dit opvallend vind. Ik betrap me erop dat ik denk dat talent vanzelf komt en automatisch groeit. Een dwaas idee uiteraard. Natuurlijk moet je blijven leren om je talent te ontwikkelen. Quincy is daar geen uitzondering op. Maar het gegeven dat hij destijds meer met Swing en Big Band bezig was maakt voor mij zijn stap naar klassieke composities opmerkelijk. Nogmaals, check die docu fo’ real dan weet je wat een levende legende hij is.

Quincy beheerst dus vrijwel alle muziekstijlen die er bestaan. Zijn ouvre ontspant verschillende jazzstijlen, filmmuziek, big band, Pop en dus ook Funk. Our favourite topic. Voor de volledigheid zal ik dan ook maar benoemen dat hij de muziekmeester was achter het bestverkopende album aller tijden “Thriller”. Zo, we kunnen weer verder.

Eigenlijk is The Dude, zijn 3 duizend vijfhonderdste en nog wat album, niet te scharen onder Funk. R&B is eigenlijk meer van toepassing. But who cares. Het album bestaat uit 9 nummers die alle vrij toegankelijk zijn voor de gemiddelde luisteraar. Van de 9 nummers zijn er drie echt up tempo; Ai No Corrida, Razzamatazz en Turn On The Action. Ze hebben meer een Disco feel to it. Maar dan wel Disco van iemand die de titels Prof. en Dr. In het kwadraat voor zijn naam heeft staan. De nummers zijn compleet; een goede beat, vlijtige horns, opzwepende background vocals, en verrassende synthesizer geluidjes. Betcha’ Wouldn’t Hurt Me, Just Once, The Dude en Velas zijn de mid tempo nummers. Gezamenlijk vormen ze het hart van dit album. Het negental wordt gecompleteerd door twee ballads; Just Once en One Hundred Ways. Samen zijn ze de onverslaanbare negen.

De opbouw van de nummers volgen een duidelijk patroon van intro, verse, refrein, hier en daar een bridge en outro. De uptempo nummers zijn goed dansbaar en liggen lekker in het gehoor. Er valt gewoonweg niets op aan te merken zo perfect klinkt het. Dit is vooral te danken aan de productie van Q. Als je luistert naar hoe de afzonderlijke instrumenten klinken dan krijg je nergens het gevoel dat er geïmproviseerd wordt. Alles wordt technisch zeer verantwoord uitgevoerd. Q mixed het vervolgens op chirurgische wijze aan elkaar. Als je de liner notes leest begrijp je waar dit vandaan komt. Q had de crème de la crème van (studio) muzikanten en technici uitgenodigd. Herbie Hancock, Steve Lukather van Toto, zangeres Patti Austin, bassist Louis Johnson, background zanger Michael Jackson en Stevie Wonder waren de bekendste. Er deed zelfs een Belg mee. Parbleu?! Jawel. Mondharmonica speler Toots Thielemans. Voor de lezers die de NL film Turks Fruit hebben gezien zullen bij het horen van Velas een deja vu krijgen. Het is dezelfde Vlaming. Quincy wist ze allemaal op de juiste manier te stimuleren.

Voor al de verzamelde muzikale expertise klinkt de muziek in zekere zin beheerst. Niemand valt uit de toon maar blijft binnen de grenzen van meester Q. En toch klinkt het meeslepend. Q wist de technisch perfect uitgevoerde muziekstukken met zijn magie om te toveren tot nummers die zowel meeslepend, dansbaar en funky zijn. Na het beluisteren kun je alleen maar diep buigen voor zoveel muzikale deskundigheid.

The Dude heeft mijnsinziens nergens ingeboet aan kwaliteit. Bijna veertig jaar later – anno 1981 – klinkt het nog steeds exceptioneel. Een testament aan de genialiteit waaruit het is geboren. Nu geloof ik gerust dat als je dit aan een tiener laat horen, hij direct hoort dat het klanken zijn uit de vorige eeuw. In die zin is de muziek van The Dude wel gedateert. Je hoort immers echte instrumenten gespeeld door professionele muzikanten. Tegenwoordig bestaat hedendaagse muziek toch vooral uit voorgeprogrammeerde beats uit een Apple of Windows PC ingeslagen door een muziekliefhebber turned producer. Dit verschil hoor je. Nu heb ik geen kaas gegeten van het produceren van muziek maar het lijkt mij dat de productie van musici in vergelijking met de productie van programmeerbare geluiden andere koek is. Daarbij kan ik geen recente artist opnoemen die bekend staat om zijn production power. Misschien Dr. Dre en Pharrel..? Ik merk dat ik het gevoel aan het onderdrukken ben om niet op te schrijven dat wat Q deed vele malen beter was dan de muzikale helden van nu. Ik ga zo’n statement ook niet maken. Het is ongepast en klopt namelijk niet. Het is niet beter, het is anders. Elke muzikant verdient het om hem of haar op zijn eigen merites te beschouwen. Wat je doet onderscheiden van anderen is de buitengewone beheersing van een instrument, langdurig presteren op een hoog niveau, iets baanbrekend neerzetten zoals het creëren van een eigen genre, of door andere muzikale geniën als de referentie wordt gezien. En dan is er nog een kleine groep artiesten die behoren tot de buitencategorie die alle voorgaande mijlpalen hebben bereikt. Nu kan ik niet met zekerheid zeggen of Quincy een genre heeft bedacht maar meneer Jones behoort ze-ker tot de buitencategorie.

Mijn eerste kennismaking met The Dude was via de Soul Show. Ferry Maat draaide Razzamatazz. Volgens mij was het nummer nieuw binnengekomen in de Billboard Hot 100. Opvallend is de stem van Patti Austin. Haar stem is technisch niet uitblinkend maar wel vrij uniek. Het heeft een specifieke kleur en het lijkt op geen enkele andere zangeres. Ze kan een zin warm en donker beginnen om het vervolgens helder en luid te eindigen. Check het nummer Something Special om de kwaliteit van haar stem te ontdekken. Razzamatazz zingt ze met verve. Monter, vrolijk en blij. Dit lied is een ware energizer! Dat positief blije wordt benadrukt door de horns. Hun arrangementen zijn echt geweldig. Het nummer heeft qua opbouw en feel wat weg van Off The Wall van Michael Jackson. Dat nummer zit ook zo perfect in mekaar. En dan de manier hoe de backgroundvocals zijn gemixed. Ingenieus. Check vanaf 3.41 hoe de zin We Can Make It Better With A Little Bit of Razzamatazz prachtig in een terugkerende cadans is opgenomen. Ik hou echt van dit nummer. Je kan me er altijd voor wakker maken.

Het koningsnummer is Betcha Wouldn’t Hurt Me. Wat maakt deze song zo uitmuntend? Ik ga een goeie poging wagen om het uit te leggen. We beginnen met Stevie Wonder. Het nummer draagt zijn signatuur. Stevie heeft het nummer geschreven en bedient daarnaast de toetsen. Je herkent zijn stijl direct. Lang voordat The Dude het licht zag had ik vele uren gestudeerd op Songs in The Key of Life, zijn meesterwerk uit 1976. Stevie zijn muziek zat toen goed in mijn hoofd. Zijn bijdrage aan Betcha haal je er zo uit. Vanaf het intro speelt hij een riedeltje die overgaat in een melodie die kenmerkend is voor het refrein. Die melodie is super aanstekelijk. De synthesizer van Stevie in combinatie met de bass-, drumlines en de handclaps zorgen voor een uitzonderlijke groove. Patti Austin zingt over een liefde die kennelijk op het punt staat de benen te nemen. Ze zingt het refrein bijna als een soort van verzuchting. Je hoort de teleurstelling door de regels heen.

If you really cared about anyone else
I know you wouldn’t hurt me
If you cared about more than yourself
I bet ya wouldn’t go
If you really cared about anyone else
I know you wouldn’t hurt me

If you cared about more than yourself

You wouldn’t walk out the door

Elke keer na de tweede zin is daar het melodietje van Stevie.

Broeder Louis Johnson is ook erg lekker bezig! Zijn ritmische gepluk geeft het refrein een funky edge. Als je tijdens het refrein de bass volgt besef je hoe treffend hij de melodie van Stevie begeleid.

En dan die handclaps. Net even het accent aanstippen, precies op de maat de beat accentuerend. Niet uit een drummachine maar old school drie personen die op aangeven van Quincy op hun handen klappen. Check het! Mijn woorden doen het nummer echt te kort. Pak je koptelefoon, zoek het nummer op Spotify, press play en sloot je ogen. Als je ook maar een greintje ritmegevoel hebt moet je bij deze plaat met je hoofd schudden met een vette glimlach op je gezicht. Je moet voor de gein is vanaf 2.17 tot het eind die groove tot je door laten dringen. De hi-hats, de cymbals, de hand-claps, de bass, de synts, de gitaar. Vet lekker! Trouwens. Ik had het net over het gebrek aan improvisatie. Aan het eind van Betcha hoor je Stevie effe wat geks doen in de melodie. Weliswaar in de dying seconds van het nummer maar toch.. 🙂

Een ander magistraal nummer is het titelnummer. The Dude is het enige nummer die als Funk valt te kwalificeren. Uiteraard bezit het een duidelijk aanwezige bass en lekkere horns maar de echte winnaars van dit nummer zijn de (background) vocals. Man man wat weet Q ze goed neer te zetten. Het klapstuk is vanaf 4.36 naar het einde van de track. Drie sporen van vocalen blenden in de mix. Je hoort eerst de lage mannelijke stem het refrein zingen, dan volgt na het eerste refrein de engelachtig stem van Patti met een ad lib. Om het af te maken vult James Ingram nog maar eens aan waarom er met The Dude niet te spotten valt (The Dude is in de tekst van het nummer een soort Godfather, pimpachtige figuur). Quincy stoeit en husselt met stemgeluiden alsof het een lieve lust is. Hell, hij gebruikt zelf een vocoder! Een eervolle vermelding gaat uit naar de hornsectie. Gewoon belachelijk hoe Quincy ze weet te plaatsen. Ze komen onder andere spetterend binnen na de eerste vier seconden vanaf het begin – vergezeld van een machtig achtergrondkoor -, en markeren de overgang naar de bridge. Heerlijk!

Just Once en One Hundred Ways zijn solide ballads. Het is vooral James Ingram die hier de show steelt. Echt mooie nummers. Beide halen ze het hoge niveau van de andere nummers. Alleen vind ik persoonlijk de mid en uptempo nummers dermate buitengewoon dat ik weinig geduld heb met de traagheid van dit tweetal. Ik skip ze vaak. Nu dus ook.

Turn On The Action is de Disco stamper van het album. Quincy verstaat de kwaliteit om een nummer een feel good gevoel te geven. Het is het laatste nummer van het album. Een soort uitsmijter. Het tempo zit er aardig in bij dit nummer. Het heet niet voor niets tijd voor wat actie. Hij begint een beetje bombastisch. Alsof je naar het uber vrolijke slotnummer van de Annie musical luistert. De strijkers en horns sloven zich uit. Maar als dat achter de rug is pikken we de draad gewoon weer op. Een onmiskenbare discobeat a la Quincy Jones laat je van je stoel springen. Net als met Betcha is ook hier de groove van het nummer de absolute king. Het zijn dezelfde ingrediënten van de eerder genoemde nummers die meesterlijk geproduceerd zijn.

Het gekke is dat uit dit album geen echte hits zijn voortgekomen. Ja, Just Once, was een redelijke hit in de R&B charts. Razzamatazz en Ai No Corrida zijn ook als singles uitgebracht maar hebben weinig geld verdiend. Gek eigenlijk… En ergens ook niet. Ik kan me niet herinneren dat je nummers van deze plaat hoorde op een feestje. Ikzelf had hem ook nooit mee als ik ergens op een feestje draaide, noch had ik het idee dat de avond mislukt was als ik geen nummer van The Dude had gehoord. None of that. Daarvoor klinkt hij waarschijnlijk iets te gepolijst, niet rauw genoeg voor de clubscene. The Dude is voor mij echt een klasse apart. Een luisteralbum. Ik was bij een vriendinnetje thuis toen ik in ’81 het album uit een klein stapeltje platen viste. Hij was net nieuw gekocht door de zus van het vriendinnetje. Ik bewonderde de LP. Mijn bewondering werd gevoed doordat ik destijds geen geld had om platen te kopen maar ik door The Soul Show meer dan genoeg LP’s op mijn immer groeiende verlanglijstje had staan. Dit was er een van. En ik had hem nu in mijn handen. Hij was al aan het spelen op de muziekinstallatie. Ai no Corrida schalde uit de speakers. Ik zag mijn kans schoon pakte de binnenhoes en begon te lezen. Het zat vol met informatie. Lyrics, alle muzikanten die meespeelden, technici, studio’s en ook de instrumenten! The Dude was een van de eerste albums wat ik me kan herinneren waar merk en type van het instrument werd genoemd. Wat voor die tijd ook een noviteit was; het was digitaal gemasterd. 1981! Wauw! Het droeg bij aan de mythe die deze plaat bij me heeft opgebouwd. Ik heb mede door de informatie op de binnenhoes besloten om de CD te kopen toen het eenmaal zover was.

Op vinyl klonk de productie al goed, laat staan de CD. Dacht ik.. Ik moet toegeven dat de CD voor mij hoorbaar niet iets toevoegt. Hij klinkt te zacht voor CD. Wanneer je de muzikale expressie even opzij schuift dan is het een vrij klinisch klinkende productie. De CD benadrukt dit. Jammer misschien. Er blijft meer dan genoeg over om zwaar van te genieten. The Dude heeft een plek in mijn persoonlijke Hall of Fame. The Genius van Quincy Jones die met The Dude een perfect album dropte. Tijdloos en perfect.

MuziekMuziek

Geef een reactie